Openluchtteelt van de wietplant

Na het vinden van goed wietzaad is vooral het vinden van een veilig en zo zonnig mogelijk plekje van belang. Het liefst in de volle grond, een zonnig balkon of dak voldoet ook heel goed, maar dan moeten we wel zorgen voor ruime potten of bakken. Als het plekje niet zonnig genoeg is, groeien de planten wel, maar vullen de toppen zich niet voldoende in de bloeitijd. Wietplanten zijn goed tegen de wind bestand, maar op bijvoorbeeld een open dak wil een windscherm een heleboel verschil uitmaken. Veel wind houdt de wietplanten klein en gedrongen en de toppen dun.

Wietplanten bepalen hun groei en dus hun grootte naar aanleiding van de beschikbare hoeveelheid ruimte, potgrootte en dus voedingsstoffen, zon en water. Als we in de volle grond telen en er is voldoende zon, is er in ons landje meestal voldoende water en moeten wij alleen nog voor extra voedingsstoffen zorgen en proberen de grond te verbeteren. In het algemeen houdt hennep van een luchtige, voedselrijke en niet te natte grond met een neutrale zuurgraad (Ph.7).

De meeste grond en ook potgrond bevat relatief maar weinig voedingsstoffen. Als we dikke vette planten willen hebben met een hoge opbrengst, verdient het dus aanbeveling flink te mesten! De beste kwaliteit wordt gekweekt door mensen die biologische meststoffen gebruiken. Deze zijn goed voor de bodem en dus voor de plant en voor ons, rokers!