Zaadloze cannabis oftewel Sinsemilla

Zoals gezegd kent wiet mannelijke en vrouwelijke wietplanten. De mannelijke wietplanten zijn herkenbaar aan de vele geel/groene balletjes aan de toppen, die bij het opengaan een heel fijn geel/groen poeder produceren; dit stuifmeel wordt door de wind verspreid. Vrouwelijke wietplanten produceren witroze tot rode stampers (dunne haartjes). Als aan een zo'n stamper een stuifmeelkorreltje blijft haken, vormt zich aan de basis van die stamper een wietzaadje. De moderne wietkweker herkent en verwijdert tijdig de mannelijke planten en voorkomt daarmee de bevruchting van zijn vrouwelijke wietplanten. Volwassen vrouwelijke wietplanten bevatten de energie voor het produceren van duizenden wietzaadjes, wat ook eigenlijk haar taak is in haar eenjarig bestaan.

Als de bevruchting door mannelijk stuifmeel alsmaar uitblijft, gaat de plant in haar wanhoop haar reserves aanspreken voor het produceren van alsmaar meer stampers, die zich aaneen rijgen van vingerdikke tot polsdikke geurige toppen, zwaar van de hars, rijk aan THC! Hier is het de wietkweker om te doen! Op het hoogtepunt van de bloei worden deze toppen geoogst en gedroogd. Deze onbevruchte toppen noemt men Sinsemilla, wat Spaans is voor "zaadloos".

Van hasj kun je zeggen dat je stoned wordt, ietwat loom en ontspannen. Cannabis met wietzaadje maakt je eerder high dan stoned, terwijl de Sinsemilla-high helder en energiek te noemen is.