Moederplanten kweken in de ideale vorm

Voor alle wietplanten onder kunstlicht geldt dat ze het beste gedijen bij een temperatuur van 20-22 graden en een luchtvochtigheid van 70-80%. Verder dienen wij te zorgen voor een regelmatige aanvoer van verse lucht en natuurlijk water. Het licht mag 18 tot 20 uur per dag branden. Mocht je de beschikking hebben over nachttarief, maak daar dan gebruik van, want dat is veel goedkoper.

Zorg voor reflecterende achter- en zijwanden, zodat zo min mogelijk licht verloren gaat. Gewitte oppervlakten reflecteren optimaal, beter dan aluminiumfolie. Wit gespoten hardboard is goedkoop en gemakkelijk te verwerken.

Teel de moederplanten in potjes van 10-20 doorsnede. Als je hier eerder over hennep in potten gelezen hebt, zul je inmiddels wet weten hoe dat te doen en je hebt vast wel wat meststoffen over van je buitenteelt. Neem je eerste stek van een moederplant als ze 10 tot 15 centimeter hoof is. Daar waar je de stek neemt, vormen zich twee groeischeuten, terwijl de lagere groeischeuten veel meer de kans krijgen zich te ontwikkelen. Na enkele maanden van groeien en stekken krijg je een moederplantje waar je niet een maar vier tot acht stekken van kunt halen! Houd je ze niet bij, dan krijg je lange dunne planten, waar je iedere keer maar een of twee stekken van kunt nemen. Hoe snel je ieder keer weer stekken kunt nemen, hangt af van de snelheid waarmee de moederplanten aangroeien en dat is weer afhankelijk van de hoeveelheid licht.

Geef de planten regelmatig wat visemulsie op de wortels en besproei ze eens per week met de plantenspuit met daarin een theelepel visemulsie per liter water. Besproei na een half uurtje de planten weer met schoon water. Bladvoeding is gemakkelijk en werkt snel, maar je moet voorkomen dat zich op het blad voedingsstoffen ophopen.